[169]

Op den Tarn.

La Malène.

La Malène.

Naar een photografie ontleend aan “Sites et Monument” du Touring Club de France.

De lijn Clermont-Nîmes is een van de meest kunstige werkstukken op het gebied van spoorwegaanleg. Van Langeac tot Alais, eenafstand van 154 K.M., telt, wie er ’t noodige geduld voor heeft, 98 tunnels en 46 viaducten. Hieruit kan men reeds afleiden,hoe geaccidenteerd het terrein is. En werkelijk, de trein wringt zich als ’t ware door bergen en over afgronden, om de nauwevallei van de Allier te kunnen houden. Bijna overal is die vallei woest en verlaten, hetgeen een sterk contrast oplevert methet eerste deel van den weg, van Clermont tot Langeac. Daar heeft men voortdurend het groen geblokte Auvergnelandschap voorzich met zijn dichtbegroeide Puy’s en goed verzorgde akkers. Na Langeac ontwaart het oog slechts blokken, rotsen, afgescheurden afgevreten door het water, dat diep beneden, bijna onder den trein, bruisend voorbijstroomt. De spoorbaan kruipt maar aldooruit en in en langs den rotswand, zich door het ravijn stroomopwaarts windend.

Wij verlieten den trein in La Bastide; de zijlijn, die wij daarna volgden, bracht ons naar een streek van gansch andere natuur,namelijk naar de plateaux der Cevennen, met hun zeer arme bevolking, doch rijkelijk natuurschoon; naar een land van grottenen onderaardsche rivieren en meren, een cañongebied, een natuurmuseum voor archeologen.

Om eenigszins een voorstelling van dit deel der Cevennen te geven, roep ik uw verbeelding te hulp. Verbeeldt u dan een kolossaalbreeden tafelberg 800 tot 1200 M. boven den zeespiegel en stelt u daarbij voor, dat het bovenvlak bestaat uit heuveltjes endalen, zooals de Veluwe ze heeft, doch ook, als de [170]berg zelve, geheel van steen. Voorziet in uw gedachten nog de geheele massa van barsten, als een uitgedroogde stopverfbergze zou bezitten, en het fantasiebeeld is klaar.

De scheuren in het plateau zijn ongeveer 500 M. diep; er zouden dus zes Westertorens1 in op elkaar gezet moeten worden, voordat iemand, die op het bovenste haantje zat, zijn blikken over het plateau zou kunnenlaten weiden. De breedte varieert van 1 tot 5 K.M. Door deze insnijdingen stroomen riviertjes. De groote massieve blokken,een soort eilanden, doordat ze aan alle kanten door deze scheuren ingesloten worden, heeten causses, in het landsdialect caous.Reeds de naam wijst de geologische gesteldheid aan. Hij staat in verband met ’t Latijnsche woord “calx”, welks accusatief“calcem” het grondwoord is van ons kalk. De scheuren noemt men cañons, eigenlijk een Spaansch woord, dat “buis” of “kanaal”beteekent. Van de grootste causses noem ik de Causse de Sauveterre, de vruchtbaarste van alle, voorzoover er bij deze steenvlaktenvan vruchtbaarheid sprake kan zijn; verder de Causse Méjean, de onvruchtbaarste en de hoogste tevens; eindelijk de CausseNoire, de kleinste, doch voor den toerist de eigenaardigste; ten slotte de Larzac, de grootste, die meer dan 1000 K.M.2 oppervl

...

BU KİTABI OKUMAK İÇİN ÜYE OLUN VEYA GİRİŞ YAPIN!


Sitemize Üyelik ÜCRETSİZDİR!